Over de kunst om niet altijd gelukkig te hoeven zijn.
Er zijn zo van die dagen waarop je je echt niet happy voelt. Je bent dan gewoon niet gelukkig.
Niet omdat er iets vreselijks is gebeurd. Niet omdat je leven volledig op zijn kop staat. Nee, gewoon omdat je je niet goed voelt, omdat je moe bent of omdat je ergens mee zit. Misschien verlang je naar iets wat er niet is, of omdat je, zonder dat je precies kan benoemen waarom, je even niet zo lekker in je vel zit.
En misschien is dat wel het moment waarop we onszelf het minst goed begrijpen. Want we leven in een wereld waarin geluk bijna een opdracht is geworden.
We moeten genieten, positief denken, dankbaar zijn. Of nog beter, we moeten het beste uit onszelf halen. En.. we moeten gelukkig zijn met wat we hebben.
En als dat niet lukt, is het net alsof we iets verkeerd doen. Precies alsof gelukkig zijn een vaardigheid is die iedereen zou moeten beheersen. Alsof verdriet een teken is dat we niet goed genoeg met het leven omgaan. Het lijkt wel, wanneer we ons ongelukkig voelen, we dringend op zoek moeten gaan naar een oplossing.
Is dat zo? Wat als we niet niet altijd gelukkig hoeven zijn?
Wat als we onszelf gewoon eens mogen toestaan om ons niet goed te voelen? Zonder schuldgevoelens. Zonder de verplichting om er meteen iets positiefs van te maken. Zonder onszelf te moeten overtuigen dat het allemaal best wel meevalt. Dat het erger kan.
De druk om gelukkig te zijn.
Geluk is iets moois. Natuurlijk willen we gelukkig zijn. We willen ons goed voelen, genieten van het leven, liefde ervaren en innerlijke rust vinden.
Maar ergens onderweg lijkt geluk voor velen veranderd te zijn van een ervaring in een verwachting.
We kijken naar anderen en zien hun glimlach, hun blije gezichten, hun mooie huizen, hun reizen, hun gezellige etentjes en de blijkbaar vele bijzondere momenten. We zien wat ze delen, maar niet wat ze verborgen houden.
Dan vraag je je af: Waarom lukt het mij niet om zo gelukkig te zijn?